Perspectives on Anarchist Theory

* * *

Vol. 2 - No. 1
Spring, 1998


IAS Home

Perspectives Home

Subscribe

 

 

 

 

wpe47.jpg (2280 bytes)

Click here for a short biography and selected works of Janet Biehl.

 

Radicale Steden en Sociale Revolutie:
Een interview met Janet Biehl

[Vertaling: Johny Lenaerts]

De abstractheid en programmatische leegte die zo kenmerkend zijn voor de hedendaagse radicale theorie duiden op een ernstige crisis bij links. Het impliceert het opgeven van het geloof dat het ideaal van een coŲperatieve, egalitaire samen- leving kan gerealiseerd worden in de huidige maatschappelijke verhoudingen. Het is alsof - in een periode van verandering en demobilisatie - vele radicalen het recht en de mogelijkheid om de maatschappij te veranderen overgelaten hebben aan de bedrijfs- en staatshoofden.

Janet Biehl's nieuwe boek, The Politics of Social Ecology: Libertarian Municipalism, gaat tegen deze stroming in. Het daagt de politiek geresigneerden uit met een gedetailleerde, historisch gesitueerde anti-statelijke en anti-kapitalistische politiek voor de tegenwoordige tijd.

Ik vroeg Biehl naar haar nieuwe werk in de herfst van 1997 door middel van e-mail. ~ Chuck Morse


Je boek is in wezen van programmatische aard: je plaatst libertair municipalisme in een historische context en je levert concrete voorstellen voor de praktijk. Welke politieke omstandigheden waren van belang om dit boek precies nu te maken?

Als de politieke dimensie van sociale ecologie - het geheel van ideeŽn dat door Murray Bookchin sinds de vijftiger jaren ontwikkeld is - is libertair municipalisme een libertaire politiek voor een politieke en sociale revolutie. Het bevat zowel een theorie als een praktijk voor een revolutionaire beweging wiens uiteindelijke doel het is een egalitaire, rechtvaardige en vrije samenleving te verkrijgen. Mijn boek beoogt op een eenvoudige manier uitdrukking te geven aan deze ideeŽn, die door Bookchin zelf elders uitgediept werden.

Kortom, voor lezers die dat nog niet weten kan ik zeggen dat libertair municipalisme oproept tot het creŽren van een politiek gemeenschapsleven in zelfbeheer: het niveau van het dorp, de gemeente, de buurt of kleine stad. Dit politieke leven zou belichaamd worden in instellingen van directe democratie: burgersamenkomsten, volksvergaderingen, of stadsvergaderingen. Waar er dergelijke instellingen reeds bestaan kan diens democratisch potentieel en diens structurele macht uitgebreid worden; waar zij enkel bestaan naar de vorm zouden zij opnieuw tot leven kunnen gebracht worden; en waar zij nooit bestaan hebben zouden zij van nul af opgebouwd kunnen worden. Maar binnen deze instellingen zouden de mensen als burgers de zaken van hun eigen gemeenschap zŤlf beheren - veeleer dan zich te baseren op elites van de staat - en beheersbeslissingen nemen doorheen een proces van directe democratie.

Om de problemen die de grenzen van een enkele gemeente te boven gaan op te lossen, kunnen de gedemocratiseerde gemeentestructuren van een bepaalde regio een confederatie vormen en vertegenwoordigers sturen naar een confederale raad. Deze confederatie zal geen staat zijn, omdat het volledig zal gecontroleerd worden door de burgersamenkomsten. De vertegenwoordigers van deze samenkomsten zouden enkel macht hebben om beslissingen door te voeren die op deze samenkomsten genomen werden; zij kunnen enkel handelen in opdracht en zijn gemakkelijk afzetbaar.

Als de libertair municipalistische beweging groeit en als steeds meer gemeentes in deze zin gedemocratiseerd en geconfedereerd zouden worden, dan zullen hopelijk de confederaties sterk genoeg worden om zichzelf in een duale macht te plaatsen, iets dat uiteindelijk zal uitlopen in een oppositie tot de natie-staat. Op dat punt zal er zich ofwel een confrontatie voordoen, ofwel zullen de burgers overstappen naar een nieuw systeem dat hen de volledige controle over hun leven verschaft, en de macht van de natie-staat 'uithollen'. Terzelfdertijd nemen de gemeentes de controle van het economische leven van de privť-bedrijven over, en worden de onteigenaars onteigend. Een rationele, libertaire, ecologische maatschappij zou dan kunnen gevormd worden, waarin de structurele macht uitgeoefend wordt door de direct democratische vergaderingen van de actieve, vitale burgers.

Mijn boek schetst de concrete stappen waarin een beweging kan gevormd worden om zulk een directe democratie te scheppen. Het benadrukt de cruciale rol van een geschoolde groep van geŽngageerde individuen die door middel van studiegroepen en lokale gemeentelijke verkiezingscampagnes een beweging uitbouwen door deze ideeŽn in hun gemeenschap te verspreiden.

Al geruime tijd bestaat er de behoefte aan dit boek, en ik kan het alleen maar betreuren dat wij het nog niet hadden toen we in het `Left Green Network' werkten. (1) Het is tekenend dat op minder dan vijf weken na publikatie kameraden uit andere delen van de wereld bereid waren om het in vijf Europese talen te vertalen, en onderhandelingen zijn aan de gang voor diverse andere vertalingen.

Je plaatst libertair municipalisme in de anarchistische traditie en benadrukt haar anti-statelijke en anti-kapitalistische doelstellingen. Je nadruk op het conflict tussen de gemeente en de staat (in tegenstelling tot het conflict tussen arbeid en kapitaal) wijkt daarentegen af van verschillende heersende richtingen in de anarchistische traditie. Waarom is deze afwijking belangrijk?

Laat me eerst duidelijk stellen dat Bookchin libertair municipalisme niet plaatst tegenover het conflict tussen arbeid en kapitaal. Het is veeleer zijn bedoeling de klassenstrijd uit te breiden door het te koppelen aan het gemeente-staat conflict; door begrippen die het klassenthema te boven gaan - voornamelijk hiŽrarchische overheersing en ecologische verstoringen - te introduceren in begrippen van klassenstrijd; en door aan de klassenstrijd een direct democratische basis, die gevestigd is in een zelfbeheerde politieke cultuur, toe te kennen. Libertair municipalisme is een poging om van klassenconflicten zowel een burgerthema als een industrieel thema te maken. Dat is in feite niet zo ongewoon: alles wel beschouwd is revolutionaire klassenstrijd in de loop der geschiedenis altijd gebaseerd geweest op gemeentes. De opstanden in Parijs in 1848 en in 1870-71 werden uitgevochten rond barricades die in wijken gelegen waren. Zowel in Rood Petersburg in 1917 als in Barcelona in 1936-37 vormden sterke wijkculturen cruciale arena's voor hun respectievelijke revoluties.

Binnen de anarchistische traditie gaat het gemeente-staat conflict op z'n minst terug tot Proudhon's boek over federalisme uit 1863, dat opriep voor een federatie van autonome communes. Bakoenin nam deze oproep over en maakte er een centraal punt van in de programma's die hij in de zestiger jaren van de vorige eeuw ontwierp. In diezelfde periode wonnen de communalistische ideeŽn aan invloed bij de tegenstanders van het gecentraliseerde gezag van Napoleon III in Frankrijk. Net zo waren in 1871, toen Pruisen Frankrijk versloeg en de Franse regering ineenstortte, communalistische ideeŽn reeds aanwezig om de Parijse Commune te bevruchten toen deze ontstond op de ruÔnes van het Tweede Keizerrijk. Na slechts een paar weken bestaan te hebben - de Commune liep faliekant af - waren vele radicalen, niet enkel anti-statelijken maar ook Marx voor een tijdje, geÔnspireerd door het moedige voorbeeld van de Commune en beschouwden de federatie van autonome communes als de na te volgen politieke structuur voor een vrije maatschappij in zelfbeheer. In de late zeventiger jaren van de negentiende eeuw werd het idee opgenomen in de programma's van de Jura Federatie, dat de communale federatie beschouwde als een integraal deel van de post-revolutionaire maatschappij.

Libertair municipalisme is gebaseerd op het historisch communalisme, zowel in zijn anarchistische en marxistische theoretische vorm, als in zijn concrete traditie in de revolutionaire geschiedenis, teruggaande tot de Franse Revolutie van 1789. Terzelfdertijd betekent het een ontwikkeling van het historisch communalisme. Daar waar het vroege communalisme de communes hoofdzakelijk opvatte als een beheersfunctie, dat voornamelijk 'openbare diensten' verleende en de echte besluitvormende macht overdroeg aan arbeidersverenigingen (wier federatie parallel liep aan dat van de gefedereerde communes), beschouwt libertair municipalisme de commune als een directe democratie dat controle uitoefent over de economie. En waar anarchistische communalisten van mening waren dat de mensen op een spontane wijze communes zouden vormen nadat de staat door andere middelen uit elkaar gevallen is, voorziet het libertair municipalisme een revolutionaire overgangsperiode, waarin de federatie van communes een duale macht vormt tegen de natie-staat.

Het is mijn stelling dat de communalistische traditie, waarvan het libertaire municipalisme de verdere uitwerking vormt, geenszins vreemd staat tegenover de anarchistische traditie - in feite was het vanaf het begin erin aanwezig.

Anarchisten hebben zichzelf onderscheiden van andere stromingen in de socialistische traditie door het belang te benadrukken van tegen-culturen alsook van tegen-instellingen voor een algemene revolutionaire strategie. Wat is volgens jou de verhouding tussen deze benadering en de strijd voor de radicale, direct democratische politieke instellingen die je in je boek beschrijft?

Het is erg ten nadele van anarchisten en van links in het algemeen dat er de laatste tijd zoveel aandacht geschonken wordt aan culturele veranderingen ten koste van institutionele veranderingen, in die mate dat het momenteel de politiek in z'n geheel overschaduwt. Ik wil niet suggereren dat cultureel werk geen politieke betekenis zou hebben, maar het kan niet op zichzelf bestaan - het moet deel uitmaken van een bredere politieke beweging. Kunst en cultuur en zelfexpressie op zichzelf vormen geen enkel gevaar voor de bestaande maatschappelijke orde, omdat ze uit zichzelf gemakkelijk kunnen overgenomen en gecommercialiseerd worden. In feite kan de vervreemding en de revolte dat een radicaal kunstwerk uitdrukt het soms des te meer geschikt maken voor commercialisatie, als iets met een 'gevaarlijke' hippe `rilling'.

Zonder een politieke beweging die zich tegen de verdinglijking als dusdanig - en dus tegen het kapitalisme - alsook tegen de hiŽrarchische overheersing opstelt, wordt kunst op een al te gemakkelijke manier gewoon een andere waar. De tegencultuur van de zestiger jaren is op beruchte wijze ontaard tot `nostalgia merchandising' en New Age spiritualiteit, met al diens talrijke mogelijkheden tot vermarkting, en hippe advertising heeft veel van diens sensibiliteit overgenomen (zie de recente anthologie `Commodify Your Dissent'). De Beatles' 'Revolution' bevoorbeeld wordt momenteel gebruikt om gymschoenen aan te prijzen en mijn lokale fietsenwinkel verkoopt zonnebrillen van het merk `Anarchy'. Binnen het anarchisme is de nadruk op cultuur en zelfexpressie en lifestyle - ten koste van een revolutionaire politiek (in de betekenis van community zelfbeheer) - zo acuut geworden, dat sociaal ecologisten verplicht werden zich daarvan te demarceren, en proberen voor het anarchisme vast te houden aan een kern van de socialistische doelstelling om de maatschappij te veranderen op het niveau van sociale en politieke instellingen zowel als op dat van het bewustzijn.

Je argumenteert dat we voor een vrije maatschappij de politieke sfeer moeten democratiseren en uitbreiden. Welke rol speelt hierin de strijd tegen hiŽrarchieŽn die vaak refereren naar de privť-sfeer, zoals patriarchaat en blanke overheersing?

In de loop van een politieke en sociale revolutie zal het zelfbewustzijn van de mensen ongetwijfeld veranderen, vooral als zij de solidariteit van de gemeenschappelijke strijd ervaren, een strijd voor een gemeenschappelijk ideaal veeleer dan voor hun eigen persoonlijke belangen, en als zij hun maatschappelijke macht voelen toenemen. Men kan verwachten dat gedurende zulke ervaringen het racisme en het seksisme zullen verminderen. Maar in de mate dat dit blijft voortbestaan, hetzij in de mentaliteit hetzij in de sociale regelingen, zullen de gemeenteleden - in de politieke sfeer, in de democratische samenkomsten - beslissingen nemen over de manier waarop zij dit zullen bestrijden op een manier zoals hen dat gepast lijkt.

Het gevaar bestaat dat een gemeenschap richtlijnen uitvaardigt die racistisch en sexistisch zijn, maar het zou irrationeel zijn voor een maatschappij die gebaseerd is op de ontplooiing van de mogelijkheden van elkeen om de mogelijkheden van sommigen te onderdrukken. Een van de fundamentele beginselen van sociale ecologie, waarvan het libertair municipalisme de politieke dimensie vormt, is een veroordeling van alle vormen van sociale hiŽrarchie en klassenoverheersing, en een oproep voor diens opheffing.

Het idee 'mogelijkheid' duikt op in heel het boek. Je verwijst naar de 'politieke mogelijkheid van de gemeente', naar onze 'unieke menselijke mogelijkheid' voor een rationele samenleving, enz. Vertel a.u.b. iets meer over dit concept 'mogelijkheid'.

Deze kwestie raakt de filosofische dimensie van sociale ecologie, dialectisch naturalisme, een onderwerp dat veel te complex is om hier uit de doeken te doen; ik wil de geÔnteresseerde lezer verwijzen naar Bookchin's `Philosophy of Social Ecology' (2nd ed. revised). Ik zal hier volstaan met te zeggen dat het dialectisch naturalisme zich als een ontwikkelingsfilosofie (in tegenstelling tot een analytische filosofie) zich richt op processen die zich zowel in de natuurlijke evolutie als in de sociale geschiedenis voordoen, voornamelijk deze die, hoe indirect en omslachtig en soms zelfs vruchteloos ook, in de richting gaan van een grotere vrijheid, zelfbewustzijn, en reflexiviteit.

Als een ontwikkelingsfilosofie gebruikt het dialectisch naturalisme een woordenschat dat ontwikkelingsprocessen weerspiegelt: potentialiteit, het verschijnen, het ontplooiien, groei, actualisering, vervulling. Waar analytische filosofie fixiteit vooronderstelt, vooronderstelt dialectische filosofie beweging, en niet louter kinesis maar gerichte beweging.

Door aandacht te schenken aan de potentialiteiten van een situatie, moedigt de dialectische rationaliteit ons aan te onderzoeken wat voor soort toekomst er logisch gezien uit een situatie kan voortspruiten. Dus de gemeente zoals zij tegenwoordig bestaat bevat de mogelijkheid om gedemocratiseerd te worden en deel uit te maken van een rationele samenleving; het bereiken van een libertair municipalistische maatschappij zou de voltooiing of actualisering van deze potentialiteit betekenen.

Je roept de mensen op het kapitalisme en de staat omver te werpen en een vrije samenleving in te stellen die gebaseerd is op rede, solidariteit, en een ethos van burgerschap. Je discussie over de kolonisering van het maatschappelijke leven door het kapitalisme, de aanval op de waren en de ontbinding van de politieke sfeer lijken evenwel de vernietiging te beschrijven van de bronnen waaruit wij de capaciteit zouden kunnen halen om een maatschappelijk alternatief uit te bouwen. Waar zouden we, onder deze omstandigheden, de kracht en het inzicht moeten halen die nodig zijn voor het scheppen van een vrije maatschappij?

De huidige maatschappij van ogenblikkelijke voldoening geeft ons onophoudelijk de boodschap dat het het doel van het leven is ons persoonlijk geluk te verhogen, binnen het raam van het kapitalisme. Het geeft weinig of geen culturele steun aan de wil om je onmiddellijke persoonlijke doelstellingen ondergeschikt te maken aan het verwerven van een breder doel. Het verdort onze verbeelding naar een steeds betere wereld en dompelt ons onder in materies van praktisch overleven en de consumptie van goederen en diensten. Op een systematische manier ontdoet het zich van wat in vroeger tijden onze betere natuur genoemd werd.

Niet enkel verzakelijkt deze maatschappelijke orde ons, en buit ze ons uit, ze verduistert onze historische herinnering en daardoor stompt ze ons ook af. Het zou ons willen doen vergeten dat eeuwenlang mensen deelnamen aan pogingen tot maatschappelijke verandering die geen vrucht droegen tijdens hun eigen leven. Niet enkel hadden zij geen ogenblikkelijke voldoening nodig, zij verwachtten die ook niet en waren bereid ballingschap en straf te ondergaan, in de overtuiging dat dit een betere maatschappij ten dienste stond.

Daarom moeten we erkennen dat de ogenblikkelijke voldoening van verlangens deel uitmaakt van het systeem dat we bekampen. We moeten vasthouden aan onze historische herinnering en maatschappelijk geheugenverlies bekampen. We moeten tot op zeker niveau bereid zijn meer aandacht te schenken aan de zaak van een betere maatschappij dan aan het verwerven van een espresso-machine op het keukenaanrecht.

Als we niet de kracht kunnen vinden om aan onze idealen vast te houden, dan zullen ook onze levens zinloos zijn, en zullen we gebagatelliseerd worden. We zullen, zoals William James ooit zei, 'terugvallen in de slaap van het niet bestaan waaruit wij tijdelijk ontwaakt waren'.

Dus we moeten op zoek gaan naar andere mensen die, net als wij, de menselijke waardigheid willen hooghouden, en die inzien dat het grootste probleem van onze maatschappij niet El Nino is of onbekwame moeders, maar de maatschappelijke orde zelf. Wij bekampen deze maatschappelijke orde omdat een vermindering van onze menselijkheid en van onze waardevolste aspiraties onduldbaar zou zijn.

Marx beweerde in feite dat het communisme zou voortvloeien uit de rijping van de interne contradicties van het kapitalisme. Zie jij de creatie van een libertair municipalistische maatschappij als een act van de wil of als de culminatie van een breder historisch proces?

Van beide. Ik twijfel er niet aan dat deze maatschappij naar een crisis afstevent - de enige vraag is of de directe aanleiding daartoe van maatschappelijke of van ecologische aard zal zijn. Zoals Marx in `Het Kapitaal' stelde moeten kapitalistische bedrijven hun winsten maximaliseren en groeien, anders vallen ze in handen van hun rivalen en vergaan ze - groeien of sterven. Bookchin heeft aangetoond dat deze stelregel het kapitalisme in botsing brengt met de natuurlijke wereld. Zelfs als de globale opwarming van de aarde in de volgende eeuw enorme schade dreigt aan te richten, dan nog blijft de kloof tussen arm en rijk groter worden. Om hun winsten op een globale basis te maximaliseren maakt het kapitalisme ganse groepen mensen overbodig - volgens sommige schattingen drie-vijfde van de wereldbevolking.

Ik ben ook van oordeel dat we een andere kijk dienen aan te nemen op Marx' 'Verelendungsthesis'. Hij beweerde dat het in de logische lijn van het kapitalisme lag om de lonen zo laag mogelijk te houden; als mensen verarmden, zo dacht hij, dan zouden ze in opstand komen tegen de bourgeoisie die hen uitbuit. Deze voorspelling ging niet in vervulling, voor een deel omdat de welvaartsstaat tot stand kwam en enigszins de impact van het kapitalisme verzachtte. Nu dat vele voordelen van de welvaartsstaat waarop de sociale vrede gebaseerd is weggerationaliseerd worden, zou de voorspelling dat verarming kan leiden naar sociale revolutie momenteel bevestigd kunnen worden.

Wat ook de aanleiding van de crisis is, wanneer ze zich verder ontwikkelt zal het maatschappelijk resultaat niet noodzakelijkerwijze een rationele, ecologische en libertaire samenleving zijn. Het resultaat zou een dictatuur kunnen zijn, of chaos. Mocht de crisis uitlopen op emancipatie, dan zal op z'n minst een zekere graad van bewustzijn van een bevrijdend alternatief op voorhand aanwezig moeten zijn.

Het is op dit punt dat voluntarisme van belang is. Pre-revolutionaire periodes zijn gewoonlijk erg kort. Het is weinig waarschijnlijk dat we een zee van tijd hebben om het nauwgezette, moleculaire werk van opvoeding te verrichten dat een bevrijdingsbeweging vereist. Dat is het soort werk dat we nu moeten doen: voornamelijk een libertair municipalistische beweging uitbouwen, de mensen tonen hoe ze hun politiek en economisch leven in eigen hand kunnen nemen, hen tonen hoe ze een maatschappij kunnen uitbouwen die hen in staat stelt hun menselijkheid terug te eisen. Het vereist eindeloos geduld, maar het dient gedaan te worden. Zo niet, dan zal de komende crisis uitlopen op tirannie.

Het is tegenwoordig moeilijk een radicaal theoreticus te vinden die niet genesteld is in de universiteit. Jij bent een uitzondering en je hebt er doelbewust voor gekozen om buiten de academische wereld te blijven. Waarom?

Laatst vond ik een passage bij Bakoenin waarin hij spreekt over 'de geschiedenis van alle academici'. 'Vanaf het ogenblik dat hij academicus wordt,' schreef Bakoenin, '... vervalt het grootste wetenschappelijk genie tot luiheid. Hij verliest zijn spontaniteit, zijn revolutionaire stoutmoedigheid, en die onrustbarende en wilde energie die kenmerkend is voor het genie, en dat ooit geroepen was om wankele oude werelden omver te werpen en de basis van een nieuwe wereld te leggen. Ongetwijfeld wint hij aan beleefdheid, aan nuttige en praktische kennis, daar waar hij aan kracht en originaliteit inboet. In ťťn woord, hij wordt corrupt'. (2) Ik ben van oordeel dat deze passage te scherp is; vele academici van alle richtingen van het politieke spectrum proberen ernstig deel te nemen aan de publieke politieke cultuur, schrijven boeken en redigeren artikelen voor een brede lezerskring. En het onderzoekswerk dat radicale historici uit de universitaire wereld verrichten over revolutionaire bewegingen en socialistisch-anarchistische ideeŽn is ongetwijfeld waardevol voor degenen die proberen verder te bouwen op deze tradities.

Maar voor professoren is het moeilijk om werken te schrijven die rechtstreeks revolutionaire bewegingen vooruitstuwen, werken die revolutionaire activisten en intellectuelen kunnen opvoeden en inspireren. Op een universiteit heeft het meeste schrijfwerk de bedoeling iemands carriŤre te helpen uitbouwen, vooral door geleerdheid ten toon te spreiden. Een werk schrijven dat een beweging helpt uitbouwen zou die carriŤre op het spel kunnen zetten. Bijgevolg lijken de academici voor elkaar te schrijven, veeleer dan voor het brede publiek, en zeker veel meer dan voor het revolutionaire publiek. In dit land heeft de massale uittocht van linksen uit het publieke leven naar de universitaire wereld ongetwijfeld geschaad.

[Vertaling: Johny Lenaerts.]


Footnotes:
(1) Biehl en Chuck Morse waren coŲrdinators van het Left Green Network Clearinghouse van 1990 tot 1991.

(2) Sam Dolgoff, ed., Bakunin on Anarchy (Alfred Knopf, New York 1972), p. 228.